Voorlezen met een kind dat zichzelf herkent

Voorlezen uit een gepersonaliseerd kinderboek, in aquarel

Je bent op bladzijde vier en je kind is er al niet meer bij. Het kijkt langs het boek heen, naar de deur, naar zijn voet, naar niets. Je leest nog twee bladzijden en dan doe je het maar dicht.

Dat is niet omdat voorlezen niet werkt. Meestal is het omdat het boek over niemand gaat die je kind kent.

Wat er verandert als het kind in het boek op jouw kind lijkt

Een kind van drie kan nog niet lang bij een verhaal blijven waarin het niets van zichzelf terugvindt. Herkenning doet dat werk voor je. Dezelfde naam, dezelfde bril, dezelfde hond op de bank: dan gaat het over hem, en dan blijft hij zitten.

Wat je daarna terugkrijgt is niet alleen aandacht. Het kind begint mee te praten. Het onderbreekt je, wijst dingen aan, vertelt erover, zegt dat het niet klopt. Dat is precies het moment waarop voorlezen meer wordt dan een verhaaltje: het kind gebruikt de taal zelf in plaats van hem alleen te horen.

Herkenning is ook de reden dat sommige boeken tien keer op rij gelezen moeten worden. Dat is niet vervelend, dat is het punt. Bij de derde keer weet een kind wat er komt, en bij de zesde keer zegt het de zinnen mee.

Wat voorlezen doet, zonder de grote woorden

Voorlezen is een van de weinige dingen met een kind waarvan bijna niemand betwist dat het helpt. Kort gezegd gebeurt er dit:

Zes dingen die het voorlezen makkelijker maken

  1. Laat het kind kiezen. Ook als het voor de tiende keer hetzelfde boek is.
  2. Stop als het afhaakt. Een half boek dat leuk was, is beter dan een heel boek dat af moest.
  3. Lees niet alleen voor, praat erover. Wijs iets aan en vraag wat er gebeurt. Een kind dat antwoordt, leert meer dan een kind dat luistert.
  4. Doe stemmen. Je hoeft het niet goed te doen. Dat het anders klinkt is genoeg.
  5. Kies een vast moment. Voor het slapen werkt voor de meeste kinderen, maar na het eten of in de auto werkt ook. Vast is belangrijker dan wanneer.
  6. Laat het kind het boek vasthouden. Bladzijden omslaan is het enige deel van het lezen dat het al zelf kan.

Wanneer een boek niet werkt

Er zijn drie redenen waarom een boek blijft liggen, en geen van de drie heeft met je kind te maken.

Het is te lang. Bij twee jaar zijn tien bladzijden vaak al genoeg, bij vier jaar houdt een kind een verhaal van een kwartier wel uit.

Het is te ver weg. Een boek over een schoolreisje betekent niets voor een kind dat nog niet naar school gaat.

Het is over niemand. Dit is de reden die het minst wordt gezien. Als het hoofdpersoon een willekeurige beer is, moet het verhaal het helemaal alleen doen. Als het hoofdpersoon je kind is, hoeft het dat niet.

Per leeftijd, kort

Twee tot drie jaar. Korte verhalen, veel plaatjes, weinig tekst per bladzijde. Herhaling is hier geen zwakte maar het hele plan.

Vier tot vijf jaar. Nu kan er een verhaal in met een probleem en een oplossing. Het kind gaat voorspellen wat er komt, en dat wil het ook zeggen.

Zes tot acht jaar. Het kind leest zelf, en dat is precies de leeftijd waarop veel ouders stoppen met voorlezen. Doe dat niet meteen. Zelf lezen is nog zwaar werk; voorgelezen worden blijft nog jaren leuker dan lezen.

Een boek waarin je kind zelf de hoofdpersoon is

Als herkenning het verschil maakt, dan is het hoofdpersoon laten zijn de kortste weg daarheen.

Bij DroomDruk maken wij per bestelling een gepersonaliseerd kinderboek waarin jouw kind het verhaal in gaat: 24 bladzijden, acht scènes, met de hond erbij als die er is. Je vertelt in drie minuten wie het kind is. Wij schrijven het verhaal en tekenen de scènes.

Je ziet het complete boek online voordat je betaalt. Bevalt het niet, dan gaat het niet naar de drukker. Zo werkt het.

Maak jouw boek — je ziet de cover gratis voordat je iets betaalt.

Alle artikelen